Productadviseur laden...
De fundamentele wet van de elektrotechniek: het verband tussen spanning, stroom en weerstand. Eenvoudige en nauwkeurige berekening van alle drie grootheden.
Berekening van spanning, stroom of weerstand
De wet van Ohm beschrijft het lineaire verband tussen spanning (U), stroom (I) en weerstand (R). Het vormt de basis voor het begrip van elektrische schakelingen en is onmisbaar voor alle elektrische berekeningen.
Bereken spanning, stroomsterkte of weerstand volgens de wet van Ohm.
U = I × R
💡 Voer de bekende waarden in – laat het te berekenen veld leeg.
Voorbeeldberekening:
Een 12 V stroomkring heeft een ohmse belasting met een weerstand van 3 Ohm. Welke stroom volgt uit deze gegevens?
U = I × R
I = U / R
I = 12 V / 3 Ω
I = 4 A
Maateenheden:
Spanning U = Volt [V]
Stroom I = Ampère [A]
Weerstand R = Ohm [Ω]
U = Ik × R
Gewijzigde resultaten ik = U / R en R = U / Ik. U is de spanning in volt, I is de stroom in ampère en R is de weerstand in ohm (Ω). Als er twee grootheden bekend zijn, berekent de rekenmachine de derde.
De sterkte van de elektrische stroom die door een object vloeit, is evenredig met de elektrische spanning. Nauwkeuriger gezegd: als de elektrische weerstand - het quotiënt van spanning en stroom - constant is, dat wil zeggen onafhankelijk van spanning en stroom, is de wet van Ohm op het object van toepassing. Het is vernoemd naar Georg Simon Ohm, die de eerste was die deze connectie voor enkele eenvoudige dirigenten overtuigend bewees.
Een 3 Ω ohmse verbruiker is aangesloten op een 12 V-circuit. Welke stroom vloeit?
ik = U / R
ik = 12V / 3Ω
ik = 4 EEN
Bedankt voor uw inschrijving!
Dit e-mailadres is al geregistreerd!